zondag 31 juli 2011

Wandelen in Goldstream provincial park… langs de autostrade


We keren ’s ochtends nog wat moetjes terug naar de auto (een klimmende wandeling van 2 km met de grote rugzak) en vatten de tocht naar Nanaimo aan. We willen overnachten tussen Nanaimo en Macmillan Provincial Park (dat morgen op de planning staat). Aangezien onze 2de wandeling aan Sombrio wegens beer-gevaar in het water is gevallen (deze keer gelukkig niet letterlijk ;-)), besluiten we al een stukje van de 150km te rijden die we voor de boeg hebben en eens te stoppen in Goldstream provincial park, ons aangeraden door een dame van het infocentrum in Victoria.

Het provincial park is op zich misschien “niet mis”, maar de voorbije dagen en weken zijn we  natuurlijk enorm verwend geweest. Het stoort ons dat er op onze tocht steeds auto’s te horen zijn en het is ons er sowieso wat te druk (om de km komen we wel iemand tegen, stel je voor!)
De wandeling van 10 km belandt dus prompt helemaal onderaan onze lijst met favoriete wandelingen in Canada.

We rijden verder op zoek naar een camping en besluiten voor de luxe te gaan: een camping met douches! Niet ver van Nanaimo vinden we er zo eentje, in een klein stadje waar we meteen ook uit eten gaan! We kiezen deze keer –op aanraden van de locals- voor fish and chips (cod and chips om helemaal correct te zijn) en beklagen het ons niet.

Maar wat eten ze hier toch vettig!! Ik dacht dat de eetcultuur in Canada stukken gesofisticeerder was dan in de USA, maar dat is dus geenszins het geval. Elk restaurant lijkt moreel verplicht burgers en ribs op het menu te hebben en OVERAL eten ze ketchup en/of slagroom bij.

We kruipen voor de allerlaatste keer in ons tentje. Vanaf morgen op hotel!

P.S. Happy birthday mama!!!

zaterdag 30 juli 2011

de Juan De fuca-trail


In een lange rit rijden we naar de Juan de Fuca-trail, aan de westkust van Vancouver Island. Hoewel we slechts 70 km moeten rijden, doen we er 2u over. (Om wat voor reden dan ook worden hier om de 20m verkeerslichten neergepoot!)

Bovendien moeten we onze plannen wat aanpassen: in principe wilden we op Sombrio-beach slapen en van daaruit 2 wandelingen maken de komende 2 dagen. Op Sombrio is de kampeerplaats echter afgesloten aangezien er een “bad bear” is gesignaleerd. Uiteindelijk begeven we ons dan ook naar Mystic beach in de plaats, helemaal aan het begin van de trail.

We nemen tijdens de eerste 2 wandelkm de zware rugzak mee tot aan de kampeerplaats die dus effectief op het strand ligt. Van daaruit zullen we met onze kleine rugzakken een tocht van 15km maken. 

We hebben een enorm romantisch beeld van slapen op het strand. We zien het al helemaal voor ons: enkel gekleed in zwembroek en bikini een kampvuurtje stoken, met ons haar in de wind ondertussen naar een prachtige zonsondergang staren, terwijl een kampgenoot romantische liederen speelt op de gitaar.

Zoals zo vaak blijkt de realiteit “iets” anders te zijn. Op de smalle strandstrook (10m?)  aangekomen blijkt er een wel heel felle wind te staan: niet zo eentje die voorzichtig door je haren waait, maar eentje die je hele kapsel al na 1 minuut volledig verprutst heeft… In deze wind proberen we onze tent op te zetten, die voor dit weer plots mega-groot (lees: niet al te geschikt lijkt). Maar, ach, we hebben al voor hetere vuren gestaan en nadat we +/- 100 keien hebben aangesleurd en op onze tent hebben gedeponeerd, zijn we vrij zeker dat we er straks geen extra loopoefening bij zullen krijgen (de 100 meter achter-de-tent-aanlopen)… 

We beginnen dus (half) gerust aan onze wandeltocht! Meteen zijn we blij verrast door het “coole” wandelpad: we bevinden ons precies in de jungle! Mooie grote bomen, hangbruggen, stijgen en dalen tussen boomtakken door. Echt leuk!

Terug op het strand blijkt onze tent er nog te staan! (een meevaller :) )De wind is zelfs wat gaan liggen.
We kunnen dus toch op ons gemak spaghetti klaarmaken in de gamellen en van een (half geslaagde) zonsondergang genieten. Dit komt écht wel goed, denken we!

Zodra de zon is ondergegaan vallen we in slaap in ons tentje. Maar niet voor lang… Rond 1u ’s nachts word ik wakker en heb ik het gevoel dat een tsunami ons elk moment zal overvallen. De zee is nog wilder en nog dichterbij dan gistermiddag. Je hoort jezelf bijna niet nadenken, zo luid botsen de golven tegen de rotsen aan, een paar meter bij ons vandaan.
Angstig schijn ik regelmatig naar buiten met de zaklamp. Pas na een uur of zo, zorgt eb ervoor dat het iets rustiger wordt en dommel ik toch weer verder, zij het nog wat onrustig…

Ik besluit dat ik “slapen op het strand” van mijn lijstje mag schrappen met dingen die ik 1 keer wil doen in mijn leven.

En Pieter? Die sliep lekker die nacht! Of wat dacht je ;-)

vrijdag 29 juli 2011


Via een (niet erg efficiënt?) netwerk van highways komen we ’s morgens in Tsawassen aan (dichtbij Vancouver), ruim op tijd voor de shuttle-boot van 11u die ons naar Vancouver Island zal brengen in een tocht van iets meer dan 1u30. We rijden met de auto de boot op en de tocht over de Juan de Fuca-straat begint.

Het is hier schitterend weer: temperaturen van boven de 25 graden. De boottocht is mijn nieuwe happy place: in het zonnetje op het dek over het rustige water, waar je zeehonden en zee-arenden ziet passeren. Onze mini-cruise! Het kan slechter, nietwaar?

Aangekomen op Vancouver Island moeten we nog een klein stukje rijden tot in de hoofdstad Victoria, waar we vannacht in een 4-sterren-hotel slapen. Ze blijken ons daar bovendien een upgrade naar een guest room gegeven te hebben: een compleet appartementje! We kunnen “huisje” spelen: we doen de was, gaan om boodschappen en maken een lekkere wilde zalm klaar (HEERLIJK!)

Ondertussen hebben we ook nog tijd gehad om langs de haven en parken van Victoria te slenteren. Leuk, hoor! En toch verlangen we al weer naar de “backcountry” :) (Maar dat is voor morgen!)

donderdag 28 juli 2011

In de auto, op weg naar Vancouver


We verlaten ’s morgens op ’t gemakje onze berghut om de tocht naar Vancouver (+/- 750 km verderop) aan te vangen. Ik rijd de eerste 4 uur (300km) tot in Kamloops, daarna neemt Pieter over. Meer dan 100km/u rijden is hier nergens toegelaten. De bochtige highways maken de tocht extra vermoeiend…

Onze tussenstops zijn bovendien niet erg ontspannend: de overgang van 10 eekhoorns per dag naar 1000 mensen op een minuut is wel érg groot…

Uiteindelijk komen we rond 19u aan op de camping waar we onze zinnen op hebben gezet, op 60 km van Vancouver. Prachtig gelegen (eens je het gevonden hebt dan toch)… maar volzet! We besluiten aan het idyllische meer gewoon ons avondmaal op te eten en dan het eerste het beste motel binnen te stappen. Zo gezegd, zo gedaan.

We duimen heel de nacht, aangezien papa een ablatie ondergaat en worden als een nieuw persoon wakker (en papa ook)!

woensdag 27 juli 2011

Berg lake dag 3


Ondanks een snurkende buur in de tent naast ons, slapen we tot 8u! We hebben ondertussen geleerd onze fleece-trui op ons hoofd te poneren ’s nachts: dat helpt tegen de bijtende koude (de temperaturen benaderen hier elke nacht het vriespunt, waardoor ik het potje nutella 's morgens altijd minutenlang tussen mijn benen moet opwarmen alvorens het enigszins smeerbaar wordt!!) én tegen het licht. Sinds we een tijdzone zijn opgeschoven, komt de zon hier ongeveer rond 4u45 op!

Vandaag hebben we opnieuw 18km op het programma staan: deze keer mogen we wel vooral dalen! Dat is meer belastend voor de spieren, maar minder voor de conditie. We doen de tocht dan ook tegen een vlot tempo van 5km per uur, waarvan de helft (opnieuw) in de gietende regen.
Rob (Mount Robson) hebben we niet meer kunnen uitwuiven: hij hing tot bijna beneden in een dikke mist.

Aangekomen op de parking waar onze auto staat, doen we wat deo op en kammen we ons haar om de korte tocht naar ons volgende logement aan te vatten. Eindelijk kunnen we nog eens een goeie daad doen en 2 backpackers die de 7-daagse aan Mt Robson deden- een korte lift van een paar km geven naar waar zij een taxi kunnen opbellen om hen naar Jasper te brengen. Mijn stelling dat Pieter en ik stinken wordt hierdoor onmiddellijk wat gerelativeerd.

Voor één keer hebben we geluk en mogen we om 14u al inchecken in onze berghut. (De Canadezen checken hier vaak niet voor 17u in… En om 10u ’s morgens word je alweer verwacht te vertrekken…) De warme douche doet zo een deugd! (Zelfs al moeten we ons nog steeds behelpen met dat kleine flesje hotelshampoo om ons te wassen.)

Tegen 15u kunnen we al het dichtstbijzijnde stadje Valemount opzoeken om te eten (Pieter: burger nr 4 en ikke chickenwings (jeweetwel, zo van die gefrituurde) in zo een all you can eat-tent) en eten te kopen én doucheschuim én cola light. We baden dus in de luxe vandaag :)

dinsdag 26 juli 2011

Berg lake dag 2

We worden gewekt door vreemde geluiden: om de zoveel minuten horen we onheilspellende krakende geluiden bij de Mist en Berg Glaciers en vallen grote stukken ijs het Berg-meer in.
Daarnaast is er op een gegeven moment ook een diep gegrom te horen, wat we niet kunnen thuiswijzen. We kijken elkaar verschrikt aan en ik krijg al een visioen van één of andere uitgehongerde beer die wel een Belgisch hapje lust, maar even later wordt de wat-minder-stoere waarheid duidelijk.
De huisdieren van deze camping zijn namelijk… kolibries! Deze kleine vogeltjes fladderen zo snel met hun piepkleine vleugels dat ze een brommend geluid maken. En hier zitten er dus keiveel, vandaar dat dat echt wel héél veel lawaai maakt en zo. Onze foute interpretatie is dus héél begrijpelijk ;-)
In elk geval: we vinden de vogeltjes heel erg schattig! We legden ze op foto vast (zie hiernaast) met onze camera die 3x optische zoom heeft. Gevolg: mocht iemand van jullie ergens een kolibri op de foto vinden, graag een seintje, zodat we ze zelf ook nog eens terugzien.

Ondertussen spelen ook andere dieren ons helaas parten: de muggen lijken hier weer OVERAL te zijn en ze bijten je, onverbiddelijk, zelfs door je kleren heen. Onze benen lijken zich aan te passen aan het rocky-landschap, vol bergachtige bulten zitten ze!

We maken 's morgens een warme chocolademelk voor onszelf, maar net als onze melk bijna kookt, gaat ons gasfles uit… Het gas is op… *slik* Deel 2 van ons crash-dieet kan beginnen…

Vandaag plannen we een rustige wandeling: we klimmen dus MAAR 500min een tochtje van 12km dat langs Mumm bassin gaat. Het weer is wisselvallig, af en toe krijgen we –zoals de Canadezen het zo mooi uitdrukken- een shower…
Mijn benen kunnen niet zo goed mee vandaag. We bedenken dat we op 14 dagen 11 wandeltochten zullen gedaan hebben… En vaak niet van de minste!

We kunnen gelukkig ’s avonds eventjes een gasfles lenen van mede-kampeerders in de buurt (een vader met 3 zonen), zodat we wieners kunnen eten (hotdogworstjes, zoals jullie wel weten, ook al omdat we dat een paar dagen geleden ook al aten; het menu is hier erg gevarieerd, zoals jullie ongetwijfeld beginnen op te merken.)

Na het eten moeten we alweer schuilen in de tent voor regen, ons boek wordt weer bovengehaald en we lezen het volledig uit.

Ik zal toch alweer blij zijn morgen in een bed te kunnen slapen en te kunnen douchen. Aangezien ik een angina wil vermijden (mijn keel doet al wat pijn) heb ik besloten mijn haar niet meer te wassen in ijskoude meren.

In de tent bedenk ik tot mijn eigen scha en schande dat ik mijn luxe toch wel mis… Maar even daarop stel ik mezelf gerust dat stromend water missen evenals elektriciteit, warmte én eten, nu misschien toch ook niet ZO een luxueus gedrag is…

Mijn meest gehoorde zin in de tent is ondertussen: het stinkt hier naar rijst (wat echt wel een feit is… en erger, ik kan me hiervoor op niemand voor afreageren, alleen op mezelf.)

Alles stinkt hier trouwens! Inclusief wij!

maandag 25 juli 2011

Berg lake dag 1





We nemen 's morgens nog een douche op onze camping en komen hierbij tot de constatatie dat we al voor de 2de keer ons doucheschuim en nu ook de shampoo zijn vergeten op een vorige plek, dus wassen we ons elk met één of ander restje hotel-schuim.


De tocht kan beginnen. We zijn al blij dat het vandaag geen pijpestelen regent en vatten dus de klim van de dag aan. Pieter sleurt opnieuw met een 18 tal kg, ik met de helft. De klim is prachtig; langs wilde wateren, woeste watervallen, mooie zomerse bloemen gaan we stapsgewijs weer vele meters omhoog. We voelen de vele kilometers van de voorbije dagen duidelijk in de benen, maar de weergoden zijn ons vandaag wel gunstig gezind, dus zweef ik meer dan ik klauter vandaag!

Qua fauna maken we kennis met de pica, een muis-achtig diertje dat erg luid IEK kan roepen (wie niet?) en een wezelachtig diertje dat blijkbaar goed muizen kan vangen (Pieter spot er eentje met een muis in zijn bek, vandaar).

Na 18 km komen we bij onze Marmot-camping aan, mooi op tijd.

Mount Robson waakt over ons: het blijkt vandaag één van de zeldzame dagen te zijn, waarop hij tot en met zijn hoogste top zichtbaar is! Indrukwekkend, het moet gezegd!

We maken macaroni met kaassaus en ham (niet evident op ons ene kleine gasvuurtje, dat kost ons dus grofweg anderhalf uur). Daarna hebben we warempel de moed om een poging te doen ons te wassen. Wanneer ik van de beek terugkeer naar de tent, kijkt een kampgenote me aan alsof ik een held ben. “Zag ik nu net dat je je aan het wassen was met het ijswater? Respect!” Ik ben al blij dat ze het zo ziet en niet vlakaf meldt dat ik getikt ben in de plaats.

Vreemd trouwens dat we dat ene en zelfde Berg lake gebruiken om:
  • te koken
  • onze camelbaks te vullen (= drinkbussen)
  • onze tanden te poetsen
  • ons zweterige lijf te wassen én
  • om onze afwas mee te doen*
*Bovenstaande acties kunnen meermaals herhaald worden, niet per se in deze volgorde.
Lang leve de zuiveringstabletten, zou ik zo zeggen…

Er valt nu toch weer af en toe een bui, waardoor we redelijk snel in onze tent schuilen en elkaar verder voorlezen uit ons dwarsligger-boekje. Omdat het leuk is! (En ook omdat er niets anders te doen is, eigenlijk.)

zondag 24 juli 2011

Op naar Mount Robson


We vertrekken op ons gemakje uit de B&B. Vandaag rijden we naar Mount Robson (80 km verder), waar we morgen de Berg Lake trail (een driedaagse trail) zullen aanvatten.

Ook vandaag is het luilekkerdag en dus rijden we nog even langs twee mooie meertjes: Patricia en Pyramid waar we een piepkleine wandeling maken op het Pyramid Island  dat exact 300m lang is J.
Wanneer we een boterhammeke hebben gesmeerd op een klein weggetje en onze tocht weer willen aanvatten, steekt er een berenjong de weg over: zeker geen zwarte beer deze keer! Ze is zelfs eerder blond! We gaan er van uit dat dit echt wel een grizzly is en gaan het nog even aangeven bij de park rangers.
De klok gaat opnieuw een uur achteruit (9u verschil met België nu) en we komen aan bij Mount Robson, de hoogste berg van de Rockies (meer dan 3900m), die haast nooit in zijn volledigheid te zien is. Ook vandaag niet, dus :-)

We trekken naar alweer een nieuwe camping en maken er een extra romantische avond van: net zoals alle locals hier maken we een kampvuur en we eten BBQ tussen de theelichtjes met ons knetterende vuurtje op de achtergrond!

De tassen zitten ongeveer klaar om aan onze driedaagse wandeltocht te beginnen… Ik kan me niet herinneren dat de Skyline trail zó erg was (jullie wel?), dus dit zal ook wel meevallen.