donderdag 21 juli 2011

dag 1 van de Skyline trail of de dag waarop we afgezien hebben

Een beetje zenuwachtig worden we wakker: hoe zullen we de Skyline trail overleven vandaag en de komende dagen…?

Het plan is onze auto aan het startpunt van de wandeling te zetten (Maligne Lake – een 50 km verderop) en dan bij aankomst (een paar dagen later) de shuttle-bus terug te nemen die om de 2 à 3 u aan het eindpunt passeert.

De tocht zelf naar Maligne-lake is al leuk: onderweg zien we alweer een beer! We denken even dat het een grizzly is, want ze lijkt toch wel groot! Maar waarschijnlijk was het toch “maar” een zwarte…
Ook bij de parking aan ons startpunt moeten we al even lachen: een hert-achtige  komt uit het wc-hokje gestapt :) (We weten meteen dat het om een vrouwtje gaat… het was namelijk het damestoilet). Een paar vrienden van haar lopen er ook rond.
Over toiletten (ja, want daar hebben we het nu eenmaal graag over): later meer!

We starten met de wandeling… in de gietende regen (alweer L) De eerste kilometers gaan door het natte bos. Na 2 km pochen Pieter en ik nog met hoe goed onze trekking-broeken eigenlijk wel zijn: echt nat worden ze niet! 5 km later is het verhaal toch al enigszins anders: het voortdurend tegen planten lopen en in de diepe modderige plassen, laat toch enorme sporen na op onze kledij… Maar we ploeteren door: we steigen gestaag van pas naar pas (absolute hoogteverschil: een 650 m vandaag). We zien eekhoorns (zoveel als we er hier zien, zien we ons ganse leven niet meer, daar zijn we ondertussen zeker van!), marmotten, bighorn sheep (jeweetwel, die geiten) en heel af en toe een hier erg zeldzaam “mensdier” (van hetzelfde trekkersras als wij, een klein beetje getikt: "wandelen in dit kl*weer!!").

Op ons hoogste punt van de dag (Big Shovel, een 2300m hoog) slaan de weergoden nog harder toe: ijskoude sneeuw en hagel wordt met een harde wind recht in ons gezicht geslagen. Pieter met de rugzak van 20kg, ikzelf met eentje van 9kg gáán en blijven gaan. Voornamelijk omdat we het point of no return zijn gepasseerd, eigenlijk: teruggaan is verder dan doorzetten.

Uiteindelijk komen we uren na vertrek (en 26 km verder) volledig verkleumd van de kou aan op de Curator campground (of wat hier als een campground doorgaat; er is deze keer zelfs geen vuilbak, je moet al je viezigheid opnieuw meenemen bij vertrek). Alle 8 tent-plaatsjes zijn nog vrij… Later zal nog 1 Chinese jongeman de camping vervoegen. Verder is er… niemand. Slechts hier en daar vind je een spoor van beschaving terug: al onze etenswaren en toiletspullen moeten we via kabels omhoog trekken zodat de beren of andere gevaarlijke dieren niet op ons af zouden komen. En er is ook een toilet! Waar ze meestal nog een hokje rond “de put” bouwen, is dat hier ook vakkundig achterwege gelaten. Er staat een bouwsel dat je enkel als troon kan omschrijven uit te kijken over de vallei. Lumpy, zoals hij blijkbaar heet (ja, ik maak er voor het gemak een “hij” van), blijkt bijna vol. Als je goed kijkt, kan je zien wat de 100 personen vóór je precies hebben achtergelaten. Ik besluit straks toch in de bosjes een plasje te gaan maken in de plaats…

We kruipen onze tent en slaapzak in en ik blijf nog zeker 2u narillen van de ijskoude tocht (onderkoeld? Helemaaaal niet!)… We koken rijst met biefstuk in ons tentje en dat blijkt niet het beste idee. Sowieso zullen we dagen later nog de doordringende walmen van het gerecht overal kunnen ruiken (in ons haar, in al onze kleren, in onze slaapzak, noem maar op), daarenboven haal ik nog eens mijn grootste handigheid boven waardoor ons pannetje met rijst in de tent leeg gekieperd wordt! Pieter blijft zoals steeds koelbloedig en schept vakkundig alle eten terug in de gamel, inclusief wat extra eiwitten (er lagen namelijk al heel wat dode insecten in de tent, die nadien plots verdwenen blijken).

Onze laatste uitstap van de dag is er eentje naar de beek, 20 m van onze tent verwijderd: drinkbaar water is er op de camping uiteraard ook niet te krijgen, dus we moeten onze camelbaks nog even opvullen en er waterzuiveringstabletten in doen, zodat we morgen weer drinken hebben. We doen meteen ook nog een poging onze menselijke hygiënische waardigheid te behouden en poetsen onze tanden. Ik heb het voorlopig opgegeven me te proberen te wassen. Nu ik net een kwartier ben gestopt met klappertanden lijkt het me niet verstandig mijn lijf weer te martelen met ijskoud water. We kruipen snel onze slaapzak in voor het donker wordt, want een klein beetje griezelig is het toch wel om zoveel kilometers van de bewoonde wereld zo goed als alleen in de backcountry te verblijven... We vrezen dat onze huis-marmot (ze is er telkens als je je hoofd buiten de tent steekt) ons onvoldoende tegen wildere dieren zal beschermen en blijven dus “binnen”. 

Voor we slapen gaan is er nog het enige stukje “animatie” dat ik toch in mijn rugzak heb durven proppen (de 30 kg die we nu meezeulen, was al meer dan genoeg: onze laptop of –pakweg-petanqueballen hebben we dus maar niet meegebracht): ik lees voor uit een piepklein boekje dat ik heb meegebracht, voor de kenners: een dwarsligger… Mocht het hier niet zo afzien zijn, ik zou het misschien romantisch hebben gevonden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten