zondag 17 juli 2011

Emerald, Hamilton Lake én berenjacht

We startten deze zonnige dag in Yoho National Park na een nachtje met gesnurk in onze gedeelde hostel-kamer.

We besloten het vandaag wat kalmer aan te doen en het bij een kleine wandeling te houden rond Emerald Lake. Ons oog viel op de wandeling van 11 km naar Hamilton Lake.

Achteraf bleek dat deze wandeling bij de locals en toeristen hoegenaamd niet populair was: ze hield immers een klimmetje van “slechts” 850m in (over een 6-tal kilometer dus) :-) Geen wonder dat we er ons als 2 loners voelden…
We wandelden door het bos (enigszins een geluk, want vandaag was het echt wel een snikhete dag!) en werden na de lange klim beloond op prachtige vergezichten eens we boven de boomgrens kwamen: hoge bergen zo ver we konden kijken. 

Aan Hamilton lake aangekomen bleken we in alle weidsheid dus echt compleet alleen te zijn! Nu ja, behalve het wildlife natuurlijk, want we zagen wel een “harige marmot”! (Een verademing na de duizenden eekhoorns die ons pad al hadden gekruist :)) We probeerden opnieuw een goede daad te stellen en speurden tijdens de terugtocht naar een stukje van de wandelstok van 1 van de 5 mensen die we die dag uiteindelijk toch zagen, maar konden helaas niet helpen… 

Het bleek ondertussen dat na 50 km wandelen over 3 dagen zonder je te kunnen wassen, een mens toch wel “een geurtje” blijkt te krijgen… We besloten dus om onszelf op een B&B te trakteren vandaag: ik om me te kunnen wassen, Pieter voornamelijk ook om die reden en wellicht ook een beetje om af te zijn van het feit dat ik elk gesprek (hoe klein ook) ondertussen afsloot met de woorden “ik voel me vuil, ik wil me wassen”.
Het was dus een hele opluchting om een oneindige douche te kunnen nemen en onze kleren te kunnen wassen!

opgepast: volgende passage kan seks of seksuele toespelingen bevatten 
We hadden nog een kleine aanvaring met de buurman , die het storend vond dat we onze vuile was te drogen hadden gehangen “in zijn zicht”. Hij had er voornamelijk een probleem mee om op ons ondergoed te moeten kijken. Na mijn opmerking dat "hij nu ook niet kon verwachten dat ik voor het wandelen mijn sexy setjes zou aandoen" (gevolgd door een vriendelijke glimlach uiteraard), ondervonden we geen last meer van hem. 

Als extra noot wil ik hierbij wel toevoegen dat Canadezen voor de rest héél vriendelijke mensen zijn. Ze spreken je altijd aan met “Hi, how are you?” en maken eindeloze praatjes met je van zodra je een klein beetje vriendelijkheid toont.

Als extra verwennerij smulden we die dag van een hamburger (=hamburger 2) in het lokale café van Field (200 inwoners) waar we die nacht verbleven. 

Toen we al in onze pyjama zaten, vroegen we aan de eigenares van de B&B naar plekjes om beren te spotten. “NU VERTREKKEN”, was het advies en ze gaf ons wat richtlijnen mee van hoe we moesten rijden. Onze 2 B&B-genoten (uit de UK) sprongen gauw met ons de auto in, want zij hadden net als wij nog geen beren gespot. En hun reis zat er bijna op!
We reden door een verlaten bosweggetje vol waarschuwingstekens (“make a turn: bears have been spot”), in de greppel langs allerlei wegversperringen . Het werd ondertussen donkerder en donkerder, de hemel lichtte maar af en toe op, aangezien in de verte een onweer losbarstte.
De beren zullen gelachen hebben die nacht, als ze ons zagen passeren (zelf hadden ze ondertussen al lang een schuilplaats tegen de opkomende regen gezocht): 4 Europeanen –klein detail: nog steeds in pyjama- die meer dan een uur ingespannen door hun autoraampjes tuurden.
Uiteindelijk werden we een klein beetje beloond voor onze moeite: we zagen toch een elk (= wapiti, door mij voor het gemak gewoon hert-achtige genoemd; als iemand het verschil kent tussen een elk, deer, karibou, moose, geef gerust een sein!)  

We dropen af (letterlijk én figuurlijk deze keer), terug naar Field.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten